Parcours
De wedstrijd start sinds 2004, ondanks de naam, niet meer in Gent maar in het nabijgelegen Deinze. Gent-Wevelgem loopt het eerste wedstrijduur richting de Belgische kust, die een eind gevolgd moet worden. Nabij Veurne("de Moeren") breekt de wedstrijd meestal open. Vanwege de vaak harde wind op de vlakke Vlaamse wegen ontstaan vaak waaiers. Het belangrijkste obstakel is de Kemmelberg, een lastige klim met kasseien die twee keer beklommen moet worden, maar die minstens zo berucht is vanwege zijn gevaarlijke afdaling, waar al menige wielrenner gevallen is. Vaak vormt het tweeluik Monteberg-Kemmelberg het breekpunt van de wedstrijd. Verder is het parcours vrij vlak, waardoor de wedstrijd in Wevelgem toch vaak eindigt in een sprint van een kleinere groep of een grotere groep.
Vanaf de editie van 2008 is het parcours ingrijpend gewijzigd; de renners rijden niet meer tot aan de kust, maar rijden een ommetje langs de Steenstraat (Bovekerke-Werken) en benaderen daarna Veurne vanuit de polders in plaats vanuit de richting van de kust. Daarna volgt de Heuvelzone, met de Vidaigneberg, de Rodeberg (België), de Monteberg (tot op de top en dan linksaf), een ommetje en de Kemmelberg benaderd vanuit de dorpskern vanKemmel. De afdaling gebeurt langs een heraangelegd ommetje om de gevaarlijke afdaling en de mogelijke valpartijen te vermijden. Daarna wordt deze heuvelzone opnieuw gedaan, in dezelfde volgorde om daarna richting Wevelgem te rijden. Het nieuwe parcours werd door de meeste renners goedgekeurd. Sommigen meenden dat de aanloop van de Kemmelberg nerveuzer was, maar dit is volgens koersdirecteur Hans De Clercq normaal en hoort bij de koers.
In 2010 wordt wederom een ingrijpende wijziging doorgevoerd. Niet alleen wordt de koers van de woensdag tussen de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix op de wielerkalender verzet naar de zondag voor de Ronde. Ook worden er veel meer hellingen ingelast voorafgaand aan de Kemmelklim; Scherpenberg, Katsberg, Berthen, Zwarteberg,Baneberg, Rodeberg en dan Monteberg en Kemmelberg. Deze reeks hellingen beklimmen de renners twee maal alvorens naar de finish in Wevelgem te fietsen.
Gent-Wevelgem maakt deel uit van de ProTour - vanaf 2011 noemt deze UCI World Tour.
Organisatie
De wedstrijd is een organisatie van Koninklijke Veloclub Het Vliegend Wiel vzw. Deze club wordt sinds 1982 voorgezeten door Luc Gheysen. Bernard Langedock doet de organisatie en sinds enkele jaren wordt hij bijgestaan door Griet Langedock. Hans De Clercq is verantwoordelijk voor de ploegen en Frank Hoste is vanaf 2011 de koersdirecteur.
Het Ontstaan
Toen Gaston Rebry in 1934 achtereenvolgens Parijs-Nice, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix won, werd er omwille van deze uitzonderlijke prestaties van hun dorpsgenoot in Wevelgem een echte wielerhype gecreëerd. Tientallen tot zelfs honderden fans volgden ‘den Breier’ (hij kreeg die bijnaam omdat zijn zusters in Wevelgem een goed draaiende zaak runden in breiartikelen) waar hij ook koerste. Zijn supporters hadden Rebry in eigen gemeente graag eens een koers zien winnen. Geen kermiskoers, maar een van stad-tot-stad-koers. De tijd drong want in 1934 was Gaston al 29 jaar en op het toppunt van zijn kunnen. Uiteindelijk nam Gerard Margodt, cafébaas van L’union (nu Klokke Roeland), het initiatief. In Leon Baeckelandt, handelaar in rauw vlas, en krotenhandelaar Georges Matthys vond Margodt twee geestesgenoten. Na een vergadering tussen pot en pint(en) werd er beslist dat het een wedstrijd zou worden van aan het Gentse St.-Pietersstation naar Wevelgem Platse. De keuze voor Gent als startplaats lag voor de hand. De Arteveldestad huisvestte immers verschillende vlasspinnerijen waarmee de Wevelgemse vlaspieten zaken deden. Naast deze economische overweging speelde ook de geografische ligging van Gent ten opzichte van Wevelgem een belangrijke rol. Het was immers de aan de vlaskapelletjes grenzende Leie die Gent met Wevelgem verbond. Omdat het inrichten van een wedstrijd van stad-tot-stad niet binnen de bevoegdheden lag van een comité dat tussen pot en pint geboren was, werd er een beroep gedaan op de diensten van wielerclub ‘De Leiegalm’ die bij de BWB aangesloten was. Maar Rebry, het gekoesterde wonderkind waar het allemaal om draaide, zou wegens budgettaire beperkingen nooit aan Gent-Wevelgem deelnemen. Het bijeengescharrelde budget van 4177,50 BEF volstond niet voor het organiseren van een echte profkoers.
Edities voor junioren en onafhankelijken
De eerste Gent-Wevelgem, gereden op zondag 9 september 1934, werd een koers voor junioren, een categorie te vergelijken met de huidige elite zonder contract. De wedstrijd trok over een biljartvlak parcours via Deinze, Waregem en Kortrijk waarna er nog tien plaatselijke ronden via Gullegem en Bissegem werden afgelegd. Het was Mariakerkenaar Gustaaf Van Belle die na bandbreuk van Maurice Vandenberghe uiteindelijk aan het langste eind trok. Van Belle stierf in 1954 toen hij bij het redden van zijn zevenjarige zoontje Gilbert zelf verdronk in de Leie aan de Sneppebrug in Gent. Net zoals de eerste was ook de tweede editie van Gent-Wevelgem er een voor junioren. Vanaf 1936 pakten de inrichters niet langer uit met een wedstrijd voor junioren maar voor onafhankelijken. Onafhankelijken waren een categorie van renners die zowel wedstrijden voor amateurs als voor beroepsrenners mochten betwisten. De afstand werd opgetrokken tot 168 km en Robert Van Eenaeme won zijn eerste Gent-Wevelgem. Na zes edities waren de inrichters aan een bezinning toe. In navolging van de Waalse Pijl speelden ze met de gedachte om vanaf 1940 een Vlaamse Pijl in te richten. Mooie plannen, ware het niet dat ook Wevelgem op vrijdag mei 1940 verrast werd door de Duitse oorlogsmachine. De tol van een bombardement door een formatie Duitse Heinkels was ongemeen zwaar, tientallen doden en enorm veel materiële schade. De plannen voor het organiseren van een wielerwedstrijd werden voor onbepaalde tijd opgeborgen. Uiteindelijk zou het tot 2 september 1944 duren vooraleer de laatste Duitse bezetter Wevelgem definitief zou verlaten. Einde 1944 werd onder impuls van Georges Matthys wielerclub ‘Het Vliegend Wiel’ opgericht met als voorzitter… Gaston Rebry. De plannen om uit te pakken met een profkoers werden opnieuw van onder het stof gehaald.
Koken kost geld
Begin 1945 werd er in een bestuursvergadering beslist dat ieder bestuurslid onder de vorm van een lening 2.000 BEF zou inbrengen. Op zondag 29 juli 1945 werd de eerste professionele Gent-Wevelgem ingericht. In een spurt met zes zag de aankomstrechter Maurice Van Herzele als eerste over de aankomst bollen. Tien dagen na datum werd aan de hand van een aankomstfoto Robert Van Eenaeme tot winnaar uitgeroepen. In 1947 lag de aankomst voor de eerste maal op het Wevelgemse vliegveld. Bij de start in Gent waren alle ogen op Gino Bartali gericht. De Toscaanse boerenzoon werd met een slepend achterwiel slechts derde, het was streekrenner Maurice Desimpelaere die met de bloemen ging lopen. Een jaar later kwam Fausto Coppi aan de start, zelfs Karel Van Wijnendaele was er nooit in geslaagd om de Italiaanse wielergod in zijn Ronde van Vlaanderen te krijgen. Met namen als Marcel Kint (1949), Briek Schotte (1950), André Rosseel (1951) en Raymond Impanis (1952 en 1953) kregen de inrichters mooie namen op de erelijst. Drie juli 1953 was een zwarte dag voor wielerminnend Wevelgem en voor VC Het Vliegend Wiel in het bijzonder. Nadat zijn zoon bij de liefhebbers drie wedstrijden gewonnen had in één week bezweek Gaston Rebry op nauwelijks achtenveertigjarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.
De Kemmelberg
n 1955 werd voor de eerste keer de toen nog onverharde Kemmelberg opgenomen in het parcours. In zijn gekende stijl bereikte Briek Schotte als eerste de top en won zijn tweede Gent-Wevelgem. Een jaar later boekte Rik Van Looy de eerste van zijn drie Gent-Wevelgem- overwinningen. In 1957 maakten de inrichters een akkoord met de organisatoren van de Omloop Het Volk en riepen de Trofee van Vlaanderen in het leven. Gent-Wevelgem werd op zaterdag gereden en de Omloop Het Volk op zondag. In 1960 raakten de organisatoren van de Omloop Het Volk in een conflict gewikkeld met de BWB en stierf de Trofee van Vlaanderen een stille dood. Geen nood echter, organisator Georges Matthys slaagde erin om de internationale uitstraling van zijn wedstrijd alleen verder te zetten. Met op de erelijst namen als: Benoni Beheyt (1963), Jacques Anquetil (1964), Herman Vanspringel (1966), Eddy Merckx (1967,1970 en 1973), Walter Godefroot (1968) en Freddy Maertens (1975 en 1976) stak hij menig inrichter naar de kroon. Steeds weer was Gent-Wevelgem op zoek naar internationale erkenning. Er werd zowel aan het parcours als aan de organisatiedatum gesleuteld. De passage(s) over de steeds fel gecontesteerde Kemmelberg bleven jaarlijks voor de nodige commotie zorgen. Met de jaren kreeg Matthys het steeds moeilijker om een wedstrijd als Gent-Wevelgem zowel organisatorisch als administratief telkens weer in goede banen te leiden. Toen de jonge ambitieuze Wevelgemse advocaat Luc Gheysens in 1983 het voorzitterschap overnam was de opvolging verzekerd.
Een prachtige erelijst
Zowel qua organisatiedatum als parcours bleef alles verschuiven. Sinds 1959 is de Vanackerestraat onafgebroken de aankomstplaats van Gent-Wevelgem. Het stukje straat van nauwelijks 300 meter staat voor een stuk uitzonderlijke wielergeschiedenis. Renners als Bernard Hinault, Freddy Maertens, Djamolidine Abdoujaparov en Edvald Boason Hagen boekten er hun eerste internationaal succes. Traditioneel komen de renners naar de aankomst vanuit de richting Menen, alleen in 1976 en 1986 kwamen ze uit tegenovergestelde richting aankomst. Vanaf 1966 werd er voor het eerst op een woensdag georganiseerd. In 1977 werd de Vanackerestraat pas na 277 km wedstrijd bereikt. Met elf beklimmingen in de Vlaamse Ardennen, waaronder de Koppenberg en als dessert de dubbele beklimming van de Kemmelberg, moest het kaf van het koren gescheiden worden. Vanaf de editie 2003 werd er, ondanks de naam, niet meer in Gent maar in het nabijgelegen Deinze gestart. Het partnership van de patronerende krant Het Volk werd ingeruild voor Gazet van Antwerpen, dan weer voor Het Laatste Nieuws, nog later voor Het Nieuwsblad. Sinds 2010 is de wedstrijd verankerd in de Flanders Classics en wordt er opnieuw op zondag georganiseerd. Met haar rijke geschiedenis en prachtige erelijst streefden de organisatoren naar meer internationale erkenning. Kregen ze die niet altijd in de pers, dan kregen ze die ruimschoots via hun erelijst. Met Tom Boonen kregen de inrichters in 2011 voor de tweeëntwintigste keer een renner op het hoogste schavotje van het podium die ooit de wereldtrui mocht dragen. Goede wijn behoeft geen krans!
Monument Via Vanackere
Bestel nu uw Saint-Vélo trui!
Het Boek !