Atletisch vermogen en intellect, het toeval had ze verenigd in één persoon: Eddy Merckx. Iedere wedstrijdorganisator wil de naam van de grootste renner aller tijden wel eens op de erelijst van zijn koers. Als je zoals in het geval van Gent-Wevelgem erin slaagt om daar driemaal in te lukken fleurt dit het palmares van de wedstrijd geweldig op. Als beroepsrenner zou de Kannibaal in twaalf deelnames maar liefst vijfmaal op het podium staan. De eerste keer was dat op nauwelijks 21-jarige leeftijd toen hij in een beklijvende sprint de maat nam van de Nederlander Jan Janssen. Drie jaar later reed hij op 3 km van de aankomst zijn laatste metgezellen uit het wiel en nog eens drie jaar later rekende hij na een sur-place af met melkboer Frans Verbeeck. Indrukwekkend dus, de resultaten liegen er niet om, 1964: vierde als liefhebber, verder als beroepsrenner, in 1966: negende, 1967: eerste, 1968: negende, 1969: niet deelgenomen, 1970: eerste, 1971: veertiende, 1972: derde, 1973: eerste, 1974: tweede, 1975: zesde, en tiende in 1976. Als beroepsrenner plaatste de Brusselaar zich negenmaal binnen de eerste tien. Niemand deed het hem ooit voor, tot op de dag van vandaag deed niemand het hem na.

